Behandelhuis De Dries: circulair bouwen als fundament voor menselijk welzijn

Winnaar CBRE Sustainability Award 2025

In de verduurzaming van de gebouwde omgeving draait het steeds minder om losse maatregelen en steeds meer om het totaalplaatje. Circulariteit, energie, biodiversiteit, gezondheid en samenwerking komen samen in projecten die laten zien hoe de toekomst van vastgoed eruit kan zien.

Behandelhuis De Dries in Warnsveld is zo’n project. Niet voor niets werd het zorggebouw op de Klimaattop GO uitgeroepen tot winnaar van de CBRE Sustainability Award 2025. Volgens de jury onderscheidt De Dries zich door een uitzonderlijk integrale benadering van duurzaamheid, met een aantoonbare impact op zowel milieu als menselijk welzijn.

“Juist nu is het belangrijk om inspirerende voorbeelden een podium te geven,” legt Jonathan van den Hurk, jurylid van de CBRE Sustainability Award, uit. “De gebouwde omgeving speelt een cruciale rol in het terugdringen van CO₂-uitstoot en grondstoffengebruik. Projecten als De Dries laten zien dat je met de middelen die je hebt een compleet ecosysteem kunt bouwen waarin duurzaamheid centraal staat.”

Waarom de CBRE Sustainability Award?

De CBRE Sustainability Award is in het leven geroepen om meer te doen dan alleen waarderen. Het doel is expliciet om te inspireren en opschaling mogelijk te maken. Van den Hurk: “We zoeken projecten die niet alleen innovatief zijn in één onderdeel, maar die laten zien hoe ontwerp, realisatie én gebruik samenkomen. Duurzaamheid moet niet eindigen bij de oplevering, maar doorwerken in de exploitatie en in het dagelijks gebruik van een gebouw.”

De jury beoordeelde dit jaar zo’n 25 tot 30 inzendingen. Daarin zaten sterke voorbeelden van innovatieve gevelconcepten, duurzame installaties en energiepositieve gebouwen. Toch sprong Behandelhuis De Dries eruit. “Wat dit project bijzonder maakt, is het totaalbeeld,” aldus Van den Hurk. “Van circulair slopen tot hergebruik van materialen, van energieconcepten tot de sociale impact op medewerkers en patiënten. Het is duurzaamheid van ontwerp tot gebruik.”

Van sloopvraagstuk naar circulaire kans

De aanleiding voor Behandelhuis De Dries was allesbehalve uitzonderlijk. Op het terrein stond een zorggebouw uit de jaren zeventig dat niet meer voldeed aan de eisen van GGNet, aanbieder van specialistische geestelijke gezondheidszorg. Renovatie werd onderzocht, maar bleek complex en kostbaar. Het gebouw had veel dragende wanden en bood onvoldoende flexibiliteit voor nieuwe zorgconcepten.

Margret Drok, architect bij SACON, was vanaf het begin betrokken. “In eerste instantie keken we of herbestemming mogelijk was,” vertelt ze. “Maar dan moest je zóveel concessies doen dat je uiteindelijk een gebouw overhield dat net niet goed functioneerde. Toen de keuze voor nieuwbouw viel, ontstond ook ruimte voor een andere vraag: kunnen we dit zo circulair mogelijk doen?”

Die vraag werd het vertrekpunt van het hele project. Circulariteit werd geen ambitie achteraf, maar een ontwerpcriterium vanaf dag één. Dat betekende ook dat het sloopproces fundamenteel anders werd ingericht.

Circulair slopen

In plaats van traditioneel slopen, werd de sloper al in een zeer vroeg stadium aan tafel gebracht. Samen met architect, opdrachtgever en aannemer werd geïnventariseerd welke materialen uit het bestaande gebouw hergebruikt konden worden. Gevelbakstenen, kozijnhout, plafondplaten, installatiecomponenten en zelfs houten leuningen werden zorgvuldig geoogst.

“Het was eigenlijk een parallel proces,” legt Drok uit. “Naast het ontwerpproces liep een soort ‘sloop-ontwerpteam’. We wisten vroegtijdig wat beschikbaar was en konden daar het ontwerp op afstemmen. Normaal maak je keuzes over gevels en detaillering pas later, maar hier moest dat juist veel eerder.”

Zo werd een proefmuur gebouwd met hergebruikte bakstenen om te testen of het gewenste beeld en de technische prestaties haalbaar waren. Uiteindelijk kon ongeveer 50 procent van de oorspronkelijke bakstenen opnieuw worden toegepast. Minder dan aanvankelijk gehoopt, maar nog steeds substantieel. “Tijdens het slopen gaat nu eenmaal materiaal verloren,” zegt Drok. ”In dit geval kwam dit voort uit de kwaliteit van de bakstenen in relatie tot de voeg: die was sterker dan de steen, waardoor er meer stenen braken. Maar juist door dit soort ervaringen leren we hoe dit op grotere schaal beter kan.”

Biobased en demontabel als nieuwe standaard

Waar hergebruik niet mogelijk was, werd gekozen voor biobased en demontabele materialen. De binnenspouwbladen van de gevels zijn uitgevoerd in houten skeletbouw, met zoveel mogelijk biobased afwerkingen. Binnenwanden bestaan uit een hybride circulair wandsyseem, een slim systeem van hergebruikte en nieuwe gipsplaten, waardoor de uitstraling nieuw is, maar de materiaalimpact fors lager.

Ook in de afwerking is bewust gekozen voor natuurlijke materialen, zoals houten kozijnen van circulair gelamineerd meranti (gewonnen uit het oude gebouw) en bamboe gevelbekleding. Blikvangers in het gebouw vormen de meranti latten afkomstig van de leuningen uit het bestaande gebouw.

Beton is zo efficiënt mogelijk toegepast door kanaalplaat toe te passen in een flexibele draagstructuur, waardoor flexibiliteit ontstaat voor toekomstige aanpassingen in het gebruik. “Het gebouw is ontworpen met het oog op veranderende zorgvragen,” zegt Drok. “Behandelruimtes en groepsruimtes zijn uitwisselbaar. Dat verlengt de levensduur enorm.”

De jury met winnaar De Dries

Circulariteit en stikstof: een strategische keuze

Voor Inge Kooij, strategisch adviseur vastgoed bij GGNet en zorginhoudelijk projectleider voor De Dries, was het project ook intern een leerproces. “Alles kwam in dit project samen: inspiratie vanuit de markt, een bouwteam dat erin wilde stappen en een organisatie die openstond voor een andere manier van denken.”

Die openheid was cruciaal, want circulair slopen en bouwen is in eerste instantie vaak duurder dan traditioneel. Toch kreeg het project groen licht. “We hebben uitgelegd dat deze meerkosten zich elders terugbetalen,” legt Kooij uit. “Door hergebruik van materialen en minder transport reduceren we onze stikstofuitstoot aanzienlijk. Dat betekent dat we die reductie niet later, op een andere plek, hoeven te realiseren. Strategisch gezien was dit een heel verstandige keuze.”

Volgens Kooij is dat een belangrijk inzicht voor andere zorginstellingen. “Veel organisaties lopen vast op stikstofregels. Circulariteit kan dan misschien het verschil maken.”

Een ‘healing environment’ als uitgangspunt

Duurzaamheid gaat bij De Dries verder dan materialen en energie. Het gebouw is ontworpen als een ‘healing environment’, waar natuur, daglicht en ruimtelijke kwaliteit bijdragen aan herstel en welzijn.

Het ontwerp legt sterke verbindingen tussen binnen en buiten. Grote raampartijen, zichtlijnen naar het groen en een centrale ruimte met een boom en grote plantbak zorgen voor een natuurlijke sfeer. “De natuur is ontzettend belangrijk voor onze patienten,” zegt Kooij. “Het oude gebouw was gesloten en voelde losgekoppeld van de omgeving. Nu is De Dries echt onderdeel van het terrein geworden.”

Hoewel het effect op herstel nog niet kwantitatief is gemeten – het gebouw is inmiddels een jaar in gebruik – zijn de eerste ervaringen positief. Medewerkers en patiënten ervaren het gebouw als prettig, rustig en licht. “Het heeft vanaf dag één een ziel,” aldus Kooij. “Dat is misschien wel het mooiste resultaat van circulair bouwen.”

Een ecosysteem van samenwerking

Volgens de jury is juist die combinatie van factoren de kracht van De Dries. Jonathan van den Hurk: “Dit project laat zien wat er gebeurt als je samenwerking serieus neemt. Architect, sloper, aannemer, opdrachtgever en gebruikers vormden samen één ecosysteem. Circulariteit was geen los onderdeel, maar een gedeelde ambitie.”

Die samenwerking strekt zich ook uit tot de uitvoering en het gebruik. Duurzame energieopwekking, een WKO-installatie en een landschappelijke inpassing versterken elkaar. Het gebouw werkt niet alleen technisch duurzaam, maar voegt ook ecologische en sociale waarde toe aan zijn omgeving.

Voorloper in de zorgsector

Circulair bouwen op deze schaal is binnen de zorgsector nog geen gemeengoed. Budgetten zijn vaak beperkt en de focus ligt primair op zorgverlening. Juist daarom ziet de jury De Dries als een voorbeeldproject. “Dit laat zien dat het wél kan, zegt Van den Hurk. En dat het niet ten koste hoeft te gaan van kwaliteit of comfort: integendeel.”

Ook architect Drok ziet het project als een referentie voor toekomstige opgaven. “We hebben hier ontzettend veel geleerd, vooral over het proces. Vroeg samenwerken, durven experimenteren en kansen benutten. Dat nemen we zeker mee. Maar er zijn ook nog veel verbeteringen mogelijk. Het oogsten van de stenen bijvoorbeeld is een zeer arbiedsintensief proces. Daar zou in de toekomst met robotica veel winst te behalen zijn. Dat nemen we zeker mee.”

Inspiratie voor opschaling

De CBRE Sustainability Award is voor GGNet en de betrokken partners geen eindpunt, maar een aanmoediging. Kooij: “Andere instellingen komen inmiddels bij ons kijken en vragen hoe we dit hebben aangepakt. Dat is precies wat je wilt: dat dit soort projecten navolging krijgt.”

Volgens Van den Hurk is dat ook de kern van de award. “We willen laten zien dat duurzaamheid niet iets abstracts is. Het is maakbaar. Behandelhuis De Dries bewijst dat je met visie, samenwerking en lef een gebouw kunt realiseren dat toekomstbestendig is – voor de planeet én voor de mensen die er dagelijks verblijven.”

Met Behandelhuis De Dries laat de zorgsector zien dat circulair en biobased bouwen niet alleen een milieuvraagstuk is, maar ook een investering in welzijn. De CBRE Sustainability Award 2025 onderstreept dat dit integrale denken geen uitzondering meer zou moeten zijn, maar het nieuwe vertrekpunt voor duurzaam vastgoed.

CBRE is een van de partners van de WorkPlace Xperience 2026, op 20 en 21 mei 2026 in de Jaarbeurs Utrecht. Ook partner worden? Op deze pagina vind je meer informatie.